Frederik Frans II van Mecklenburg-Schwerin
1823-1883
Groothertog van Mecklenburg
Periode 1842-1883
Frederik Frans II (Ludwigslust 28 februari 1823 – Schwerin 15 april 1883) was van 1842 tot 1883 groothertog van Mecklenburg-Schwerin.
Zijn ouders waren groothertog Paul Frederik en Alexandrine van Pruisen, dochter van Frederik Willem III. Hij was de vader van prins Hendrik, gemaal van koningin Wilhelmina der Nederlanden, en dus de grootvader van koningin Juliana.
Leven
Frederik Frans werd in 1837 naar Dresden gezonden om daar het instituut van Karl Justus Blochmann te bezoeken. Vervolgens studeerde hij te Bonn, alwaar hij in 1842 vernam dat zijn vader stervende was. Hij haastte zich naar huis en nam na Paul Frederiks dood op 7 maart als 19-jarige de regering op zich.
In het revolutiejaar 1848 zag hij zich onder druk van de publieke opinie gedwongen liberale hervormingen toe te staan. Hij riep de landdag bijeen die vergaderde van 26 april tot 17 mei en hem een ontwerp-grondwet voorlegde die voorzag in een Kamer van Afgevaardigden. Na Frederik Frans' gedwongen aanvaarden hiervan trad de nieuwe grondwet op 10 oktober 1849 in werking. De door Pruisen gesteunde ridderschap en groothertog George van Mecklenburg-Strelitz verzette zich hier echter sterk tegen. Onder grote druk werd de grondwet op 12 november 1850 terzijde geschoven met de argumentatie dat deze "geen bestaansrecht" had.
De bevoordeling van de kerkelijke partij door de groothertog en zijn eerste echtgenote Augusta van Reuss-Schleiz-Köstritz wekte eveneens wijd en zijd ongenoegen. Na haar dood in 1862 hertrouwde hij met Anna van Hessen-Darmstadt (1864), kleindochter van Lodewijk II van Hessen-Darmstadt, die echter reeds twee jaar later stierf. Tenslotte huwde hij in 1868 Marie van Schwarzburg-Rudolstadt. Hij besteedde veel aandacht aan de bouw en restauratie van kerken en scholen, alsmede aan liefdadigheid.
Hij nam als Pruisisch generaal deel aan de Duits-Deense Oorlog van 1864 en rukte in de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog van 1866 Beieren binnen. In datzelfde jaar trad hij toe tot de Noord-Duitse Bond. In de Frans-Duitse Oorlog van 1870/1871 verdedigde hij aanvankelijk de Duitse kust, maar hij nam in augustus deel aan de belegering van Metz. Vanuit Reims leidde hij de begelering van Toul en Soissons. Het gelukte hem ondanks zware moeilijkheden het Franse Loireleger te neutraliseren en hij nam in 1871 als commandant deel aan de Slag bij Le Mans. Hierop bezette hij Alençon en Rouaan en keerde terug naar Versailles. Hij trad in 1871 toe tot het nieuwe Duitse Keizerrijk en werd voor zijn prestaties door Wilhelm I beloond met de rang van veldmaarschalk.
Hij stierf op 15 april 1883 en werd opgevolgd door zijn oudste zoon Frederik Frans III.
Kinderen
Frederik Frans II verwekte in zijn drie huwelijken de volgende kinderen:
Bij Augusta van Reuss-Schleiz-Köstritz (1822-1862):
Frederik Frans III (1851-1897), groothertog van Mecklenburg-Schwerin
Paul Frederik Willem Hendrik (1852-1923), gehuwd met Marie zu Windisch-Graetz. Wegens zijn huwelijk met een katholieke prinses verloor hertog Paul voor zichzelf en zijn nakomelingen het recht op de troon van Mecklenburg-Schwerin.
Marie Alexandrine Elisabeth Eleonore (1854-1920), gehuwd met Vladimir Aleksandrovitsj, zoon van Alexander II van Rusland
Nicolaas Alexander Frederik Hendrik (1855-1856)
Johan Albrecht Ernst Constantijn Frederik Hendrik (1857-1920), regent van Brunswijk
Alexander Theodoor George Frederik (1859 †)
Bij Anna van Hessen-Darmstadt (1823-1865):
Anna Mathilde Elisabeth Alexandrine (1865-1882)
Bij Marie van Schwarzburg-Rudolstadt (1850-1922):
Elisabeth Alexandrine (1869-1955), gehuwd met Frederik August van Oldenburg
Frederik Willem Adolf Gunther (1871-1897)
Adolf Frederik (1873-1969), koloniaal politicus; gehuwd met Victoria Feodora, dochter van Hendrik XXVII van Reuss jongere linie
Hendrik Wladimir Albrecht Ernst (1876-1934), gehuwd met koningin Wilhelmina der Nederlanden