Logo van All Things Royal

De kosten en financiën van de Belgische koninklijke familie

De financiën van de Belgische koninklijke familie zijn in vier onderdelen in te delen: de Civiele Lijst, dotaties, onroerend goed en privé-vermogen.

De Civiele Lijst

Hieronder wordt het bedrag verstaan wat de koning jaarlijks uit de staatskas ontvangt voor de kosten van zijn hofhouding. Ook de afdeling aan het hof die zich bezighoudt met het beheer van dit bedrag heet de Civiele Lijst. Het systeem, en het begrip Civiele Lijst, is overgenomen uit Groot-Brittannië waar ze met de Civil List werken.

De Civiele Lijst wordt bij elke nieuwe koning opnieuw opgesteld, dit is in de grondwet vastgelegd[1]. Bij de troonsbestijging van koning Albert II in 1993 werd de Civiele Lijst vastgesteld op 6 miljoen euro. De opbouw van dit bedrag is als volgt opgebouwd:[2]

  • Personeelskosten: 66,7%
  • Onderhoud paleizen en meubels: 12,5%
  • Kosten activiteiten en bezoeken: 6%
  • Verwarming, gas, water en elektriciteit: 4,9%
  • Administratiekosten: 2,6 %
  • Huishoudelijke uitgaven: 1,6 %
  • Auto's: 4,5%
  • Overige kosten (verzekeringen e.d.): 1,8%

Het bedrag voor de personeelskosten wordt geïndexeerd en om de drie jaar aangepast aan de salarissen van ambtenaren. Door deze aanpassingen is het totaalbedrag van de Civiele Lijst (vermoedelijk) intussen al meer dan 10 miljoen euro.[3]
De Civiele Lijst wordt niet gezien als een inkomen van de koning en dus hoeft er geen belasting over betaald te worden. Eventuele overschotten gaan terug naar de staatskas, maar kunnen worden overgeboekt naar het jaar erop.[4]

De Civiele Lijst bevat echter niet alle overheidsuitgaven voor de koning. Militaire medewerkers staan op de loonlijst van Defensie en de federale overheid betaald ook voor de bewaking, veiligheidsmaatregelen en grote onderhoudswerken aan de paleizen van Laken en Brussel (die staatseigendom zijn). Voor reizen naar het buitenland wordt een vliegtuig van de Luchtmacht gebruikt en het hof heeft recht op portvrije briefwisseling en op vrijstelling van BTW op benzine, diesel en LPG.[5]

Dotaties

Enkele leden van de Belgische koninklijke familie ontvangen een dotatie. Over dat bedrag hoeft geen belasting betaald te worden. De beide Kamers beslissen wie een dotatie krijgt en hoe hoog die is. De bedragen kunnen altijd worden gezien of worden afgeschaft. Ook dit bedrag wordt geïndexeerd[6]. De dotaties voor 2012 zijn als volgt[7]:

  • Koning Albert II en koningin Paola: ongeveer 11,3 miljoen euro.
  • Koningin Fabiola: 1,4 miljoen euro
  • Gezin prins Filip: 935.000 euro
  • Gezin prinses Astrid: 324.000 euro
  • Gezin prins Laurent: 311.000 euro.

Onroerend goed

Onder het onroerend vallen de volgende zaken: de paleizen in Laken en Brussel en de residenties die onder de Koninklijke Schenking vallen. De Civiele Lijst en de federale regering betalen voor het onderhoud en kosten van de paleizen in Brussel en Laken.[8] De residenties die onder de Koninklijke Schenking vallen worden bekostigd door die Schenking en kosten de belastingbetaler niets.[9]

Privé-vermogen

Het privé-vermogen bestaat uit persoonlijke bezittingen. De waarde hiervan is niet bekend. Net als ieder Belgisch staatsburger moet de koning hierover belasting betalen.[10]

Gebruikte bronnen

  • Francken, Theo. - Koninklijke familie krijgt opslag. 2012. Officiële website kamerlid Francken.
  • Trachet, Tim. Alles over de monarchie: van koning Leopold I tot prinses Mathilde. Uitgeverij Houtekiet. 2010. ISBN 978 90 8924 105 4
  • Monarchie.be: De monarchie vandaag - Middelen
  • Federale Overheidsdienst Financiën. De koninklijke schenking.
  • Lempereur, Valerie & van den Berghe, Jan. Mathilde & Co - familie d'Ambras. Uitgeverij Lampedaire. 2009. ISBN 978 9079592364.
  • Notermans, Jaques & Corremans, Luc. Filip en Mathilde - een godsgeschenk voor België. Uitgeverij Triloga. 2000. ISBN 90 76806012

Voetnoten

  1. (Trachet, 2010).
  2. (Monarchie.be)
  3. (Trachet, 2010)
  4. (Trachet, 2010)
  5. (Trachet, 2010)
  6. (Trachet, 2010), (Monarchie.be)
  7. (Francken, 2012)
  8. (Monarchie.be)
  9. (Trachet, 2010), (Federale Overheidsdienst Financiën)
  10. (Monarchie.be)
 

Deel deze pagina:


Reacties (0)


Toegestaande tags: <b><i><br>

Voeg een nieuwe reactie toe: